Oktober 2023

Samen sterk in Katwijk voor een doorgaande lijn peuters-kleuters

Zonder ‘ontwikkelingsstop’ van opvang naar basisschool

Alle drie hebben ze een “extra warm hart” voor het jonge kind. Dus zetten zij zich binnen gemeente Katwijk vol enthousiasme in voor een ononderbroken ontwikkeling van peuters en kleuters. Pedagogisch coach en assistent manager Rianne van der Plas van kinderdagverblijf Mukkie, intern begeleider en leerkracht Marjolein Schonenberg en schoolleider Ellen Vooijs van de Emmaschool in Rijnsburg, vertellen meer.

Rianne, Marjolein en Ellen

Rianne, Marjolein en Ellen delen een missie: de wereld van kinderopvang, onderwijs en jeugdhulp dichter bij elkaar brengen. Samen met andere collega’s namen zij ‘vanaf de werkvloer’ het initiatief om medio oktober 2023 een werkbijeenkomst te organiseren in Katwijk.

De gemeente was meteen enthousiast. Logisch, want ontwikkelingskansen voor jonge kinderen is een veelgenoemd thema op de Katwijkse Onderwijsagenda 2020 – 2024. Na een eerste aftrapbijeenkomst zo’n twee jaar geleden, was een nieuwe ‘boost’ voor samenwerking welkom.

 

Vanuit ontmoeting naar een werkplan

Voorschoolse voorzieningen, individuele scholen en samenwerkingsverband en gemeente maakten tijdens de werkbijeenkomst uitgebreider kennis, deelden goede praktijken, brachten samen in kaart wat beter kan en wat daar goede ideeën voor zijn. Het doel is komen tot een gezamenlijk werkplan. Daarover later meer, maar wat zien Rianne, Marjolein en Ellen als belangrijke thema’s? Een greep.

 

Doorgaande lijn voor álle kinderen

Rianne: “De gemeente in het beleid op voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Dit biedt kinderen die iets extra’s nodig hebben voor hun ontwikkeling de mogelijkheid om ongeveer 16 uur per week naar de kinderopvang te gaan. Belangrijk, maar wij kijken graag naar wat voor álle kinderen beter werkt. Wij willen geen ‘stop’ tussen opvang en basisschool.”

 

Aansluiten op de ontwikkeling

Ontwikkeling begint natuurlijk niet pas op school, beaamt Rianne. “Vanaf het moment dat baby’s in de opvang komen, doen wij als opvang al zóveel om hun ontwikkeling te stimuleren en te begeleiden”, verwoordt Rianne.

“Wij kennen een kind en kunnen daardoor goed meedenken over wat nodig is wat helpend kan zijn voor de start op school.” De vraag is of de ontvangende basisschool dit allemaal wel wéét, om goed te kunnen aansluiten op de ontwikkeling van hun nieuwe leerling.

 

Warme overdracht: wat helpt?

Marjolein: “Als Emmaschool investeren wij veel in die warme overdracht en betrekken daar de leerkracht, de onderbouwcoördinator en de intern begeleider bij. Dit voorkomt dat ouders op school wéér hun verhaal moeten doen.”

Toch zijn hier soms best wat beren op de weg. Neem alleen al de verschillende formulieren en ‘ontwikkelingsvolgsystemen’ die in gebruik zijn, maar ook belemmeringen in privacywetgeving voor het delen van informatie. Zo kwamen er tijdens de werkbijeenkomsten meer verbeteracties op tafel.

 

Elkaars mogelijkheden ontdekken

Omgekeerd kunnen voorschoolse voorzieningen nog beter in beeld krijgen welke ondersteuningsmogelijkheden welke school biedt en wat de zorgplicht van scholen nu precies inhoudt. “Daar is best wat verwarring over”, merkt Ellen.

Terwijl school en zo nodig ook het samenwerkingsverband al in de voorschoolse fase kunnen helpen om de extra ondersteuning op de juiste school goed te organiseren. “Wij voelen werken aan inclusiever onderwijs als een belangrijke opdracht”, benadrukt Ellen. “We gunnen ieder kind thuisnabij onderwijs.”

 

Ook een doorgaande lijn in jeugdhulp

Ook versterking van de samenwerking met het consultatiebureau, Centrum Jeugd en Gezin, jeugdhulpmedewerkers en het wijkteam is een verbeterthema. “Ook daarin wil je natuurlijk graag een doorgaande lijn”, vat Marjolein samen. “Laat die schotten tussen opvang, onderwijs en jeugdhulp maar wankelen!”

 

Warme overdracht: wat helpt?

Marjolein: “Als Emmaschool investeren wij veel in die warme overdracht en betrekken daar de leerkracht, de onderbouwcoördinator en de intern begeleider bij. Dit voorkomt dat ouders op school wéér hun verhaal moeten doen.”

Toch zijn hier soms best wat beren op de weg. Neem alleen al de verschillende formulieren en ‘ontwikkelingsvolgsystemen’ die in gebruik zijn, maar ook belemmeringen in privacywetgeving voor het delen van informatie. Zo kwamen er tijdens de werkbijeenkomsten meer verbeteracties op tafel.

Hoe kan het beter? Met die vragen gingen intern begeleiders van scholen en kinderopvangorganisaties samen aan de slag op 12 oktober. Na een boeiende lezing van Manon Boulée was iedereen geïnspireerd om in divers samengestelde groepen in gesprek te gaan over ‘plussen en klussen’. Wat gaat al goed en wat kan beter en welke acties horen bij die klussen? De rode draad: het kan helpen om – al is dat tijdelijk – extra coördinatie in te zetten om de doorgaande lijn voor peuters naar de basisschool te verbeteren. Dat kan een motor zijn om voorschoolse voorzieningen, ouders en onderwijsprofessionals beter met elkaar te verbinden en tot goede samenwerkingsafspraken te komen. “Het gaat ook om dezelfde taal gaan spreken en om – heel praktisch – samen te kijken naar werkwijzen en afspraken die helpen bij een goede start op de basisschool”, vat Marjolein samen. Op 3 april 2024 ontmoeten de pedagogisch medewerkers en onderbouwleerkrachten elkaar voor een vervolg. Ondertussen gaat ook de werkgroep verder met de opbrengsten van 12 oktober. Wordt vervolgd!

Elkaars mogelijkheden ontdekken

Omgekeerd kunnen voorschoolse voorzieningen nog beter in beeld krijgen welke ondersteuningsmogelijkheden welke school biedt en wat de zorgplicht van scholen nu precies inhoudt. “Daar is best wat verwarring over”, merkt Ellen.

Terwijl school en zo nodig ook het samenwerkingsverband al in de voorschoolse fase kunnen helpen om de extra ondersteuning op de juiste school goed te organiseren. “Wij voelen werken aan inclusiever onderwijs als een belangrijke opdracht”, benadrukt Ellen. “We gunnen ieder kind thuisnabij onderwijs.”